|
Het is tegenwoordig helemaal in: kerkmanagement. Steeds meer invloeden komen er vanuit het bedrijfsleven terecht of onterecht het kerkelijk leven binnen. Management en organisatie zijn vaak volgens de deskundigen de ondergeschoven kindjes als het gaat om de opbouw van de gemeente- en jeugdgroep. Zelf ben ik hier gematigd enthousiast over. Aan de ene kant vind ik organisatie heel belangrijk en denk ik dat de groei van een gemeente behoorlijk gehinderd kan worden door slechte of minder functionele structuren. Ik ben niet voor niks een enorme voorstander voor celgroep structuren, aan de andere kant kijk ik er ook kritisch tegenaan. Juist managers en organisatoren kunnen namelijk het gebed uit het oog verliezen.
Helaas zie je dan ook in de praktijk dat er in gemeenten, in jeugdgroepen, bij leidinggevenden vaak twee soorten leiderschap zijn. Je hebt vaak, of de geestelijke gebedsmensen voor je, of de nuchtere zeer actieve organisatoren en maar al te vaak kijken ze beide een beetje huiverig naar elkaar. Beide zijn nodig, maar toch lijkt het of dit in de praktijk vaak moeilijk samen gaat.
In de Bijbel komen we dit spanningsveld ook tegen. Een goed voorbeeld staat beschreven in het boek Samuël. In 1 Samuël 12:1-25 zien we dat het volk een koning wilde, iemand die het volk organiseerde en aan hen leiding gaf. Iemand die structuur bracht en waar mensen op terug konden vallen. Iemand die door God beloofd was (Deut. 17:14:20). Een soort manager dus.
Samuël vindt dit idee als echte profeet helemaal niks. De angst bij Hem is dat het volk vergeet bij God te rade te gaan, vergeet tot God te bidden. De woorden die Samuël vervolgens in zijn "afscheidspreek" houdt kan je naar mijn mening als legendarisch beschouwen. Uit het diepst van Samuëls hart komen de volgende verzen:
"En Samuel zeide tot het volk: Vreest niet; wel hebt gij al dit kwaad bedreven, maar wijkt niet langer van de Here af, dient de Here met uw ganse hart. Gij zult niet afwijken achter de ijdelheden, die baten noch redden kunnen; slechts ijdelheid zijn zij. Want de Here zal zijn volk niet verstoten, om der wille van zijn grote naam. De Here heeft immers verkozen u tot zijn volk te maken. Wat mij betreft, het zij verre van mij, dat ik tegen de Here zou zondigen door op te houden voor u te bidden; ik zal u de goede en rechte weg leren. Vreest slechts de Here en dient Hem trouw met uw ganse hart, want ziet, welke grote dingen Hij onder u gedaan heeft."
Vooral de woorden "Wat mij betreft, het zij verre van mij, dat ik tegen de Here zou zondigen door op te houden voor u te bidden..." vind ik persoonlijk heel mooi en indrukwekkend. We zien hier namelijk een leider die zich aan de kant gezet voelt, terwijl hij altijd trouw is geweest in zijn dienst en juist dan spreekt hij deze woorden.
Zelf denk ik dat deze trouw in het gebed, deze bewogenheid, dit geloof in de kracht van het gebed, Samuël maakte tot één van de grootste mannen van God die Israël heeft gekend. Het zou fantastisch zijn als dit voornemen van Samuël ook ons voornemen zou zijn. Juist als je actief bent in de gemeente is het belangrijk om voor de mensen te blijven bidden. Juist als je een organisator bent is het belangrijk om dit in te zien. Was dit ook niet het punt waar Saul als koning en manager over het volk Israël de mist mee inging. Was dit niet het punt waardoor zijn koninklijke familielijn niet langer werd voortgezet. Was het Saul niet die dacht dat hij op grond van zijn eigen visie beter kon regeren (zie: Samuël 15:10)?
Inderdaad Saul moest vervangen worden. Hij werd vervangen, niet door een profeet of richter maar door een nieuwe koning, een nieuwe manager, maar nu wel één die wist wat bidden was. Een koning die leefde dicht bij Gods hart. Een koning die meer een man van gebed was dan een regelaar. Een koning die dat wist te combineren.
Laten wij ook beide lijnen vasthouden. Zowel aandacht geven aan de structuur als aan het geestelijk leven binnen die structuur. Laten wij het voornemen van Samuël tot ons nemen en praktisch maken! |